|
De veiligheid van gebruikers van roltrappen komt steeds vaker in het gedrang door het toenemend gebruik van roltrappen door personen met fietsen, kinderwagens en zelfs bromfietsen. Deze gebruikswijze is ook in strijd met de roltrapnorm en de Richtlijn machines. Het Liftinstituut roept alle betrokkenen dringend op dit oneigenlijk gebruik tegen te gaan door bijvoorbeeld belemmerende maatregelen te treffen en alternatieven aan te brengen. In enkele gevallen kunnen aanvullende maatregelen op basis van een risico-analyse een oplossing bieden. De vraag die het Liftinstituut zich stelt is of zij nog langer een op zich veilige roltrap kan goedkeuren als deze geplaatst is in situaties waar het gebruik van de roltrap met fiets, kinderwagen of bromfiets te verwachten valt. Hetzelfde geldt voor roltrappen die geplaatst worden in een toegangsweg naar een basisschool of een andere plaats waar kinderen zijn. Dit omdat je dan verwachten kan dat kinderen alleen gebruik maken van of spelen op de roltrap, met alle risico's van dien. In dit artikel een korte analyse van het ontstaan van het probleem en een uitleg en onderbouwing van ons standpunt in deze.
Roltrappen zijn nooit bedoeld geweest voor het vervoeren van transportmiddelen. Het instructie plaatje bij de opstap van roltrap geeft duidelijk aan hoe de veiligheidsnorm NEN EN 115 het bedoelt heeft. Recht op staand met één hand aan de leuningband eventueel met hond onder de arm of kind aan de hand. Hoe dit te rijmen met het moeilijke geworstel als men zich met een fiets op de roltrap begeeft. De kans op een ongeval neemt toe, met name op plaatsen waar meer dan de helft van de gebruikers een fiets, kinderwagen of brommer bij zich heeft. De keuze voor roltrappen op dit soort plaatsen is niet iets van de laatste jaren. De Maastunnel is een voorbeeld van een plaats waar al heel lang fietsen met een roltrap vervoerd worden. De roltrappen van de Maastunnel zijn dan ook hét excuus van veel projectontwikkelaars om ook voor hun project roltrappen in te zetten voor het transport van mensen met fietsen, brommers, kinderwagens etc., maar is een terechte beslissing. Het Liftinstituut vraagt zich af of projectontwikkelaars en leveranciers zich wel voldoende bewust zijn van de gevolgen van hun keuze voor een roltrap als vervoersmiddel voor fietsen, kinderwagens en brommers. Naast de kans op ongevallen, letsel en het persoonlijke leed van de slachtoffers is er ook de aansprakelijkheid van eigenaar en leverancier bij een ongeval. Is dit wel voldoende afgedekt met aanwijzingsborden waaraan een gebruiker zich dient te houden of moet men waarborgen en kunnen aantonen dat roltrappen geschikt zijn voor het vervoeren van fietsen, brommers of kinderwagens. En wat geldt er als het gaat om een ongeval van een minderjarige, mag men van een kind verwachten dat men de aanwijzingsborden goed op volgt? Reden genoeg om voor de inzet van een roltrap goed na te denken over de gevolgen. Wat zegt de veiligheidsnorm De veiligheid van roltrappen is al jaren geregeld met de Europese norm NEN EN 115. Deze geeft het zogenaamde vermoeden van overeenstemming met de Richtlijn machines, waaronder de roltrappen vallen. In deze norm wordt ook gesproken over de mogelijkheid van het gebruik van vervoersmiddelen op de roltrap. Deze norm stelt het volgende; NEN EN 115; onderdeel 0.5.3 Indien bij uitzondering vervoersmiddelen zoals kinderwagens, bagagewagens of winkelwagens over de roltrap en rolpaden worden vervoerd, moeten er speciale maatregelen worden overeengekomen tussen de fabrikant van de roltrappen/paden, de fabrikant van het vervoersmiddel en de opdrachtgever ……" Dat het overleg met de fabrikant van fietsen, kinderwagens en brommers in de praktijk onmogelijk is, ontslaat de leveranciers van roltrappen niet om aan de fundamentele veiligheidseisen van de Richtlijn machines te voldoen en daarmee moeten zij niet alleen een roltrap leveren volgens de normen van de NEN EN 115, maar zullen zij ook het gebied rondom de roltrap en het te verwachte gebruik in hun veiligheidsmaatregelen moeten meenemen. Omdat de norm hiervoor geen duidelijke richtlijnen biedt, vallen we terug op de machine richtlijn. Een roltrap moet te allen tijde voldoen aan de eisen van de Richtlijn machines 98/37/EG. Om een beeld te geven welke delen direct van toepassing zijn op het veilige gebruik van roltrappen zijn, de volgende voorbeelden: NEN EN 115; onderdeel 1.1.2. In het ontwerp van de machine verwerkte veiligheidsbeginselen. De machine dient zodanig te zijn gebouwd dat ze kan functioneren en kan worden afgesteld en onderhouden zonder dat men aan gevaar blootstaat wanneer deze handelingen worden voltrokken onder de door de fabrikant vastgestelde omstandigheden. De genomen maatregelen moeten erop gericht zijn elk ongevalsrisico gedurende de te verwachten levensduur van de machine, ook bij het monteren en demonteren, volledig uit te sluiten, ook wanneer deze risico's het gevolg zijn van te voorziene abnormale omstandigheden. De fabrikant stelt dus de voorwaarden vast onder welke de roltrap veilig gebruikt kan worden. Als de fabrikant het gebruik met fietsen en brommers beschouwd als te voorziene abnormale omstandigheden moet hij er bijvoorbeeld op toezien dat maatregelen worden genomen om personen met fietsen en brommers op de roltrap te voorkómen. NEN EN 115; onderdeel 1.1.2. b Bij het kiezen van de meest passende oplossingen moet de fabrikant de volgende beginselen toepassen, in de gegeven volgorde: - de risico's uitsluiten of zoveel mogelijk beperken (bij het ontwerp en de bouw in de machine verwerkte beveiliging);
- de noodzakelijke beveiligingsmaatregelen treffen voor risico's die niet kunnen worden uitgesloten;
- de gebruikers informeren over de risico's die nog aanwezig zijn als gevolg van een niet volledige doelmatigheid van de getroffen beveiligingsmaatregelen, aangeven of een bijzondere opleiding vereist is en signaleren dat persoonlijke beschermingsmiddelen moeten worden gebruikt
Gevolg van deze bepalingen uit de norm NEN EN 115 De fabrikant moet dus een dwingende volgorde van maatregelen volgen. In het vorige voorbeeld leidt dit ertoe dat er domweg geen fietspad kan aansluiten op de roltrap en een andere wijze van vervoer aangewend moet worden (bijvoorbeeld een lift) (stap 1 risico's uitsluiten). Veelal wordt echter foutief gegrepen naar stap 3: informeren over de aanwezige risico's. In ons voorbeeld is dit de Maastunnel situatie. Het fietspad sluit aan op de roltrap en de gebruiker wordt d.m.v. een bord gewezen hoe hij met de fiets of bromfiets aan de hand de klus moet klaren. De norm NEN EN 115 over valgevaar; onderdeel 1.5.15. Gevaar van vallen De delen van de machine waarop, naar is voorzien, personen zich moeten kunnen verplaatsen of bevinden, moeten zodanig zijn ontworpen en uitgevoerd dat personen op deze delen niet kunnen uitglijden of struikelen dan wel niet eruit of eraf kunnen vallen. De roltrap voldoet bij normaal gebruik aan dit artikel. Immers: de gebruiker heeft een stabiel horizontaal, voldoende stroef stavlak ter beschikking op elke tree en een leuningband om zich vast te houden. Heeft de gebruiker echter zijn handen niet vrij omdat die nodig zijn voor het in bedwang houden van meegevoerde transportmiddelen kan de leuning dus niet meer gebruikt worden. Waarom wordt dit door sommige marktpartijen geaccepteerd? Iedereen zal beamen dat een roltrap zonder leuning onacceptabel is. Maar wat heb je aan een roltrap met leuning als je de leuning vervolgens niet kan vasthouden? Is dat eigenlijk niet hetzelfde? Conclusie Het zomaar toepassen van roltrappen in elke situatie is dus niet zomaar mogelijk, men is verplicht om rekening te houden met zijn toepassingsgebied. In de praktijk zal dus een gedegen risicoanalyse moeten worden uitgevoerd, die rekening houdt met de specifieke situatie van de roltrap. Zijn op basis van de risico analyse geen afdoende aanpassingen en maatregelen mogelijk, dan moet van toepassing worden afgezien. Het Liftinstituut is altijd bereid om met de verschillende partijen dit traject af te lopen en zijn ervaringen en kennis beschikbaar te stellen om tot een veilig concept te komen. Het Liftinstituut zal in de toekomst meer rekening houden met mogelijk gebruik van roltrappen en daarmee de eigenaar stimuleren tot "goed huisvaderschap". Dat is een juridische term die aangeeft dat de eigenaar datgene gedaan heeft wat nodig is om aan het maatschappelijk aanvaard veiligheidsniveau te voldoen.
|