|
Het Besluit machines als onderdeel van de Wet gevaarlijke werktuigen is de Nederlandse implementatie van de Machinerichtlijn die door de Europese Unie is uitgevaardigd (89/392/EEG). De richtlijn beoogt de veiligheid van machines op het werk in Europees verband te harmoniseren. Het begrip machine moet breed worden opgevat. De richtlijn richt zich op de producenten van machines en stelt dat machines veilig moeten zijn en geen bron van risico's voor de gezondheid moeten opleveren. Dit wordt bewerkstelligd met een stelsel van normen voor ontwerp en constructie, en door keuringen. Het stelsel omvat een aantal fundamentele normen die voor alle machines gelden en aanvullende normen voor specifieke soorten machines. Fabrikanten van machines moeten hun toekomstige product beoordelen op de vraag of het voldoet aan de definitie van een machine uit de Machinerichtlijn. Als dat het geval is, moet de fabrikant aan de hand van bijlage V van de richtlijn bepalen of het ontwerp bestempeld moet worden als een 'minder gevaarlijke machine' of als een 'gevaarlijke machine'. Voor beide categorieën moet de fabrikant een constructiedossier samenstellen, een gebruikershandleiding opstellen en een EU-verklaring van overeenstemming opmaken. Gevaarlijke machines moeten bovendien bij een door de overheid aangewezen instantie (Notified Body) een zogenoemd EU-typeonderzoek ondergaan. Hiertoe moet de fabrikant het technisch dossier en één of meer exemplaren van het product ter beschikking stellen. De keuringsinstantie toetst of het product voldoet aan de fundamentele eisen aangaande veiligheid en gezondheid, zoals verwoord in bijlage 1 van de Machinerichtlijn. Wanneer een machine is gefabriceerd overeenkomstig een geharmoniseerde Europese norm, voorziet de Machinerichtlijn in een vereenvoudigde procedure (aan Notified Body toesturen van het technisch dossier). De laatste stap in beide procedures wordt gezet door het aanbrengen van een CE-markering op de machine. Fabrikanten van machines hebben dus een grote zelfstandigheid in het doorlopen van de procedures. Het toezicht op het aanbrengen van de CE-markering is opgedragen aan de Inspectie Volksgezondheid van het ministerie van VWS (voor machines die voornamelijk voor de consumentenmarkt worden geproduceerd) en aan de Arbeidsinspectie (voor de professionele markt). Die moeten zich echter beperken tot steekproefsgewijze controle. Een afnemer kan niet volstaan met het eisen van een CE-keurmerk op de producten die hij koopt. Hij zal zelf moeten controleren of het merkteken terecht is aangebracht. Dat kan bijvoorbeeld door het technisch dossier van de fabrikant of het toetsingsrapport van de keuringsinstelling op te vragen, maar ook door een globale beoordeling van de gebruiksaanwijzing of een zelfstandige toetsing aan de fundamentele veiligheids- en gezondheidseisen uit bijlage 1 van de Richtlijn machines. Bron: Arbojaarboek; uitgave Kluwer
|