Veiligheid arbeidsmiddelen

Bronbestrijding van risico's op de werkplek betekent in veel gevallen dat de arbeidsmiddelen moeten worden aangepast. De uitgangspunten hiervoor zijn beschreven in hoofdstuk 7 van het Arbobesluit. Arbeidsmiddelen zijn alle hulpmiddelen die bij het werk gebruikt worden, variƫrend van eenvoudig gereedschap en elektrisch handgereedschap tot machines en componenten van procesinstallaties.

In het Arbobesluit staat dat een werkgever moet voorkomen dat de arbeidsmiddelen die hij ter beschikking stelt, gevaar opleveren voor de werknemers. Hierbij moet de werkgever rekening houden met de uitkomsten van de risico-inventarisatie en -evaluatie. De werkgever moet onder meer eisen stellen aan het ontwerp en de constructie van de arbeidsmiddelen. Hierbij moet hij rekening houden met mechanische factoren, elektrische veiligheid, geluidsbelasting, blootstelling aan chemische stoffen en andere belastende factoren. De systeemergonomie biedt een methodiek om al deze eisen in het ontwerp te integreren. Systeemergonomie is een manier om stap voor stap een veranderingsproces te plannen en uit te voeren.
De uitkomst is een machine of werkplek die optimaal is afgestemd op de mens. In aanvulling op de eisen aan ontwerp en constructie moet een werkgever ervoor zorgen dat de arbeidsmiddelen overeenkomstig de gebruiksaanwijzing worden toegepast. Hiertoe moeten gebruiksaanwijzingen worden aangevraagd of opgesteld en worden uitgereikt aan de werknemers. Ook moeten de werknemers voorlichting en instructie krijgen en moet de werkgever toezicht houden op de juiste toepassingen van de arbeidsmiddelen.

Daarnaast moeten arbeidsmiddelen zodanig worden onderhouden dat er geen risico's voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers ontstaan. Het Arbobesluit art. 7.5 schrijft voor dat er van de arbeidsmiddelen een onderhoudsboek moet worden bijgehouden. Voor arbeidsmiddelen met een bedieningssysteem bestaat een aparte afdeling in het Arbobesluit (afdeling 7.3). Hierin is onder meer opgenomen dat bedieningssystemen veilig en duidelijk zichtbaar moeten zijn.
Het arbeidsmiddel mag uitsluitend in werking worden gesteld door een opzettelijke handeling en moet in een aantal gevallen zijn uitgerust met een noodstop. Als bewegende delen van een arbeidsmiddel gevaar opleveren voor snijden, knellen, pletten of anderszins, dan moeten zij met veiligheidsvoorzieningen zijn uitgerust. Onderhouds- en reparatiewerkzaamheden mogen alleen worden uitgevoerd wanneer het arbeidsmiddel is uitgeschakeld en drukloos of spanningsloos is gemaakt.
Voor arbeidsmiddelen met bedieningssystemen is bepaald dat ze geacht worden te voldoen aan de bepalingen uit het Arbo Besluit, wanneer ze zijn voorzien van een CE Markering en een EU Verklaring van overeenstemming. Met deze bepaling is het verband gelegd tussen het Arbobesluit enerzijds en het Besluit machines Wet gevaarlijke werktuigen en het Besluit machines Warenwet anderzijds.

 

Bron: Arbojaarboek; uitgave Kluwer