Hoofdlijnen ARBO-wetgeving

Inleiding
Aandacht voor veilige en gezonde arbeidsomstandigheden is van belang om schade aan de gezondheid te voorkomen én in het belang van het bedrijf. Door betere arbeidsomstandigheden kan het ziekteverzuim en de uitstroom naar de WAO worden verlaagd. Dit levert, gezien de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte en de premiedifferentiatie in de WAO, direct financieel voordeel op voor bedrijven. Als dat al niet voldoende reden is om zich te bekommeren om de arbeidsomstandigheden, dan nog geldt dat de zorg voor de veiligheid, de gezondheid en het welzijn van de werknemers een wettelijke verplichting is. In dit artikel treft u een kort overzicht aan van de wettelijke regels rond arbeidsomstandigheden.

De wet- en regelgeving over het onderwerp arbeidsomstandigheden bestaat uit vier niveaus. Dit zijn in volgorde van belangrijkheid:

  1. de Arbeidsomstandighedenwet
  2. het Arbobesluit
  3. de Arboregeling
  4. de beleidsregels, arbeidsomstandighedenwetgeving

Daarnaast heeft ook andere regelgeving min of meer direct invloed op de veiligheid en gezondheid van werknemers. Te denken valt bijvoorbeeld aan de regels op grond van de Europese Machinerichtlijn en de Wet Gevaarlijke Werktuigen, allerhande milieu regelgeving en de Arbeidstijdenwet.

De regels uit Arbowet, Arbobesluit en Arboregeling hebben een dwingend karakter; overtreding van deze regels kan leiden tot strafrechtelijke stappen. Met de komst van de Arbowet 1998 is het ook mogelijk dat de Arbeidsinspectie bestuursrechtelijk ingrijpt middels een zogeheten bestuurlijke boete. De beleidsregels richten zich meer op de vertaling van algemene artikelen uit de arbo-wetgeving naar concrete voorschriften. De Arbeidsinspectie gebruikt de beleidsregels bij de dagelijkse handhaving van arbozorg in de praktijk en ze zijn van groot praktisch belang voor arbeidsorganisaties. Beleidsregels geven immers de visie weer van de Arbeidsinspectie met betrekking tot een bepaald thema.

De Arbowet
De Arbowet dateert van 1980, en is vervolgens gefaseerd ingevoerd. In 1994 is de wet ingrijpend gewijzigd. Per 1 november 1999 is de wet geheel vernieuwd, en heet nu officieel Arbeidsomstandighedenwet 1998. De Arbowet is een kaderwet. Enerzijds bevat hij een aantal algemene beleidsverplichtingen, de zogeheten systeemvoorschriften of 'spelregels'. Anderzijds vormt de wet, in bijzonder artikel 16, het kader voor 'nadere regels' op het gebied van arbeidsomstandigheden, in casu het Arbobesluit en de Arboregeling. De systeemvoorschriften op hun beurt vallen weer uiteen in twee hoofdlijnen: een aantal algemene verplichtingen aangaande de inrichting van het arbeidsomstandighedenbeleid én een aantal bijzondere beleidsverplichtingen.

De algemene verplichtingen waaraan de werkgever zich dient te houden:

  • een algemene zorgplicht (voorkomen van schade aan de gezondheid van werknemers)
  • de verplichting tot het voeren van een arbeidsomstandighedenbeleid, op basis van een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E)
  • verplichte ondersteuning door een arbodienst (bij een aantal voorgeschreven taken), in samenwerking met de ondernemingsraad (of belanghebbende werknemers)

Belangrijker is echter dat sinds 1 november 1999 de risico-inventarisatie en -evaluatie óók een plan van aanpak moet bevatten. In het plan van aanpak geeft de organisatie aan wat er de komende jaren of het komende jaar concreet wordt aangepakt ter verbetering van de arbeidsomstandigheden. De Arbowet '98 bevat nauwelijks voorschriften hoe het plan van aanpak eruit moet zien. De enige eis die gesteld wordt is: aangeven binnen welke termijn de voorgestelde maatregel(en) uit het plan van aanpak is (zijn) uitgevoerd. Daarnaast zijn bedrijven verplicht om jaarlijks te rapporteren over de voortgang van het plan van aanpak. Bij het arbeidsomstandighedenbeleid is de werkgever verplicht zich te laten bijstaan door een gecertificeerde arbodienst. Een van die verplichtingen betreft de ondersteuning van de arbodienst bij de RI&E. Deze risico inventarisatie hoeft niet te worden uitgevoerd door de arbodienst, maar de arbodienst moet wel adviseren over de uitvoering én het resultaat toetsen.

Naast deze algemene verplichtingen kent de Arbowet 1998 een aantal specifieke beleidsverplichtingen. De werkgever is verplicht:

  • een verzuimbeleid te voeren;
  • een beleid te voeren ter voorkoming van seksuele intimidatie, agressie en geweld;
  • voorlichting te geven aan werknemers (onder wie ook uitzendkrachten);
  • bedrijfshulpverlening te organiseren;
  • een register van arbeidsongevallen bij te houden in de RI&E (ernstige en dodelijke ongevallen moeten door de werkgever worden gemeld bij de Arbeidsinspectie).

Het Arbobesluit
Elke kaderwet, dus ook de Arbowet, wordt verder ingevuld door Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB's). Tot medio 1997 golden op grond van de Arbowet maar liefst 38 AMvB's (waaronder het aloude Veiligheidsbesluit Fabrieken en Werkplaatsen). Sinds 1 juli 1997 zijn alle AMvB's ondergebracht in één enkele AMvB, namelijk het Arbeidsomstandighedenbesluit (Arbobesluit). Op deze datum zijn ook de Arboregeling en de Beleidsregels van kracht geworden.

De hoofdstukindeling van het Arbobesluit is:

  • Definities en werkingssfeer
  • Arbozorg en organisatie van arbeid
  • Inrichting werkplaatsen
  • Gevaarlijke stoffen en biologische agentia
  • Fysieke belasting
  • Fysische factoren
  • Arbeidsmiddel en bijzondere werkzaamheden
  • Persoonlijke beschermingsmiddelen veiligheids- en gezondheidssignalering en herkeuring
  • Slot en overgangsbepalingen

Bij de inwerkingtreding van het nieuwe Arbobesluit zijn alle oude veiligheids- en arbobesluiten in één keer ingetrokken. Het eerste hoofdstuk van het Arbobesluit is belangrijk omdat daar voor sommige sectoren en categorieën werknemers afwijkende voorschriften met betrekking tot de Arbowet en het Arbobesluit staan opgenomen.

De Arboregeling
Ongeveer 40 ministeriële regelingen zijn per 1 juli 1997 in één ministeriële regeling ondergebracht: de Arbeidsomstandighedenregeling (Arboregeling). Onderwerpen die in de Arboregeling aan de orde komen, zijn onder andere: eisen aan de deskundigen van arbodiensten, specifieke regels over lawaai en nadere regels over beeldschermwerkplekken.

De Arboregeling bestaat uit negen hoofdstukken. De hoofdstukindeling van de Arboregeling is hetzelfde als die van het Arbobesluit. Ter illustratie: de regels met betrekking tot gevaarlijke stoffen staan in hoofdstuk 4 van het Arbobesluit en in hoofdstuk 4 van de Arboregeling. Dit vereenvoudigt het opzoeken van de relevante voorschriften. Daarnaast is de Arboregeling gebruikt voor het opnemen van gedetailleerde voorschriften uit de richtlijnen van de Europese Unie. Zo zijn bijvoorbeeld de borden uit de richtlijn veiligheids- en gezondheidssignalering (92/58/EEG) overgenomen in hoofdstuk 8 van de Arboregeling.

In de Arboregeling worden gedetailleerde voorschriften opgenomen. De reden om iets in de Arboregeling op te nemen hangt nauw samen met de mogelijkheid die de Arbowet of het Arbobesluit biedt om een onderwerp nader te regelen.

Arbo-Informatiebladen
De (concept-)Publicatiebladen (P-bladen) en (concept-)Voorlichtingsbladen zijn met de inwerkingtreding van het Arbobesluit en de Arboregeling komen te vervallen. De Arbeidsinspectie hanteert dus bij het handhavingswerk nu beleidsregels. Toch heeft de overheid voorlichtingsmateriaal ontwikkeld rond een aantal belangrijke aspecten van arbeidsomstandigheden. Deze voorlichtingsbladen hebben de titel meegekregen van Arbo-Informatiebladen (Al-bladen). De Al-bladen worden uitgegeven door Sdu Uitgeverij te Den Haag.

 

Bron: Arbo jaarboek ; uitgegeven door Kluwer