Aansprakelijkheidsrisico's voor gebouweigenaren bij werk door derden

 

Aansprakelijkheidsrisico's zijn in Nederland minder groot dan in Amerika, maar er is ons land wel in toenemende mate sprake van een claimcultuur.
Claim- en aansprakelijkheidsrisico's spelen dan ook een steeds grotere rol in de Nederlandse bedrijfsvoering. In steeds meer gevallen probeert iemand die tijdens zijn werk een ongeluk krijgt daarvoor iemand aansprakelijk te stellen.
Dat kan zijn:

  • De eigenaar/bezitter/beheerder van het gebouw waar hij/zij (op dat moment) werkt of verblijft
  • De werkgever waarvoor hij/zij op dat moment werkt
  • De fabrikant of leverancier van de machine waarmee/waaraan gewerkt wordt op het moment van het ongeval

Uit jurisprudentie blijkt dat in veel gevallen de gebouweigenaar, vanuit zijn verantwoordelijkheid voor goed huisvaderschap, primair aansprakelijk is als iemand in dat gebouw iets overkomt.

Naast zelf alle nodige veiligheidsvoorzieningen te treffen is het belangrijk dat de gebouweigenaar zorgt - daar waar (wettelijk) mogelijk natuurlijk - voor een zogenaamde "vrijwaring".
Onder andere door het verkrijgen van een vrijwaring van aannemers ingeschakeld voor onderhoudswerkzaamheden. Dit kan door in contracten bepalingen op te nemen dat de opdrachtnemer niet alleen verantwoordelijk, maar ook aansprakelijk is voor het uitvoeren van de werkzaamheden conform de bepalingen daarover in de arbo wetgeving en/of andere relevante regelgeving.
Als de opdrachtgever dan door een derde wordt aangesproken vanwege het niet naleven van deze wetgeving, dan moet de opdrachtnemer de opdrachtgever hiervoor vrijwaren.

Civielrechtelijke aspecten
Bij arbeidsongevallen zal de werknemer in de meeste gevallen de werkgever aansprakelijk stellen: de werknemer hoeft namelijk slechts te stellen dat hij de schade in de uitoefening van zijn werkzaamheden heeft geleden/lijdt.
De werkgever zal moeten bewijzen dat hij zijn zorgplicht voor een veilige werkomgeving van zijn werknemer niet heeft geschonden en zal dus moeten opdraaien voor de schade als dit tegendeel niet kan worden bewezen.

Een relevante bepaling uit het Burgerlijk Wetboek:

Aansprakelijkheid werkgever; Artikel 7:658 BW

  1. De werkgever is verplicht de lokalen, werktuigen en gereedschappen waarin of waarmee hij de arbeid doet verrichten, op zodanige wijze in te richten en te onderhouden alsmede voor het verrichten van de arbeid zodanige maatregelen te treffen en aanwijzingen te verstrekken als redelijkerwijs nodig is om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt
  2. De werkgever is jegens de werknemer aansprakelijk voor de schade die de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt, tenzij hij aantoont dat hij de in lid 1 genoemde verplichtingen is nagekomen of dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer
  3. Van de leden 1 en 2 en van hetgeen titel 3 van Boek 6, bepaalt over de aansprakelijkheid van de werkgever kan niet ten nadele van de werknemer worden afgeweken
  4. Hij die in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf arbeid laat verrichten door een persoon met wie hij geen arbeidsovereenkomst heeft, is overeenkomstig de leden 1 tot en met 3 aansprakelijk voor de schade die deze persoon in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt. De kantonrechter is bevoegd kennis te nemen van vorderingen op grond van de eerste zin van dit lid

De werkgever zal proberen aansprakelijkheid te weerleggen of af te wentelen op derden.
Bijvoorbeeld op de leverancier van apparatuur. Ook kan dat degene zijn die de plicht op zich nam de (tijdelijke) werkplek in te richten. Allereerst is daarbij voldoen aan wettelijke regels (Arbo wet, Wet op gevaarlijke werktuigen etc.) van belang. Daarnaast zorgplicht op basis van goed huisvaderschap in lijn met maatschappelijk aanvaard veiligheidsniveau.

Het behoort primair tot de zorgplicht van een gebouweigenaar om er (eventueel via de beheerder) voor te zorgen dat diegenen aan wie (tijdelijk) werk is opgedragen dat ook veilig kan doen.
De zorgplicht kan dus verder strekken dan de eigen werknemers. Ook door de eigenaar of beheerder aangestuurde medewerkers van derden kunnen onder de zorgplicht vallen.

De eigenaar of beheerder is dus verantwoordelijk en aansprakelijk voor ongevallen die door hem aangestuurde werknemers en mogelijk derden tijdens het werk in, aan of op zijn gebouw overkomen.
In enkele gevallen is dit af te wentelen op opdrachtnemers, leveranciers of op de werknemers zelf.

De eigenaar of beheerder zal in veel gevallen direct of indirect verantwoordelijk zijn voor het inrichten van de werkplek voor en/of door derden.
Van daaruit kan de eigenaar of beheerder in een civielrechtelijke procedure aansprakelijk gesteld worden als blijkt dat er een ongeval heeft plaatsgevonden doordat de werkplek niet veilig was. Bij een dergelijk ongeval zal de werknemer de werkgever aansprakelijk stellen en de werkgever de opdrachtgever van het werk, de gebouweigenaar of beheerder. Ook is het denkbaar dat de werknemer gelijktijdig ook de opdrachtgever van het werk, de gebouweigenaar of beheerder aansprakelijk stelt.

Eventueel toepasselijk artikel uit het Burgerlijk Wetboek:

Onrechtmatige daad; Artikel 6: 162 BW

  1. Hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend is verplicht de schade die de ander dientengevolge lijdt te vergoeden
  2. Als onrechtmatige daad worden aangemerkt een inbreuk op een recht en een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, een en ander behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond
  3. Een onrechtmatige daad kan de dader worden toegerekend indien zij te wijten is aan zijn schuld of aan een oorzaak welke krachtens de wet of de in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt

Indien een in een wettelijk voorschrift neergelegde veiligheidseis niet is nageleefd, is er sprake van onrechtmatig handelen wegens doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht: artikel 162 lid 2.

Eventueel (ook):
Aansprakelijkheid voor opstallen; Artikel 6:174 BW

  1. De bezitter van een opstal die niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen, en daardoor gevaar voor personen of zaken oplevert, is, wanneer dit gevaar zich verwezenlijkt, aansprakelijk, tenzij aansprakelijkheid op grond van de vorige afdeling zou hebben ontbroken indien hij dit gevaar op het tijdstip van het ontstaan ervan zou hebben gekend
  2. (…)
  3. (…)
  4. Onder opstal in dit artikel worden verstaan gebouwen en werken, die duurzaam met de grond zijn verenigd, hetzij rechtstreeks, hetzij door vereniging met andere gebouwen of werken
  5. Degene die in de openbare registers als eigenaar van de opstal of van de grond staat ingeschreven, wordt vermoed de bezitter van de opstal te zijn
  6. (…)

Bestanddelen van een gebouw, zoals liften, vallen ook onder de bepaling.
Verplaatsbare en tijdelijke constructies echter niet.

De bezitter is niet aansprakelijk, indien hij alle nodige maatregelen heeft genomen om de gevaarlijke toestand te beëindigen, maar het gevaar zich toch verwezenlijkte.

Strafrechterlijke aspecten
De Arbeidsinspectie handhaaft en zal in veel gevallen de werkgever een boete opleggen.
Handhaving vindt altijd plaats tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden. Zij kan ook de weg van de strafrechterlijke vervolging kiezen. De boete is dan hoger en er kan ook gevangenisstraf volgen. Als duidelijk is dat de werkgever weet dat hij één of meer werknemers in een gevaarlijke situatie brengt zonder de wettelijke maatregelen te treffen zal dat het geval zijn.
Verder is het zo dat een werkgever, die bijvoorbeeld de glazenwasser opdraagt te werken buiten de regels van het Convenant Gevelonderhoud, uitlokking van een strafbaar feit kunnen worden verweten. (art. 47 Wetboek van Strafrecht)

Betekenis voor de gebouw eigenaar of beheerder, als het gaat over aansprakelijkheid
De gebouw eigenaar of beheerder kan bij een ongeval veroorzaakt door onveilig werken civielrechtelijk en strafrechtelijk aansprakelijk gesteld worden.
In de meeste gevallen zal de claim toegekend worden omdat niet aan de wettelijke bepalingen uit de Arbo wet wordt voldaan.

Zoals aan het begin vermeld kan vrijwaring plaatsvinden door in de (onderhouds) contracten met toeleveranciers, onderhoudsbedrijven en (onder)aannemers bepalingen op te nemen die aangeven dat alle uit te voeren werkzaamheden conform Arbowet en Arbobesluit Bouwproces en (vul maar in) moeten worden uitgevoerd.

Belangrijk is daarbij steeds die zorgplicht.
Dat goed huisvaderschap.
Er alles aan gedaan te hebben om een ongeval te voorkomen.
Daarbij veronderstelt de overheid dat u voldoende kennis heeft om de veiligheid te waarborgen. Men gaat ervan uit dat u weet wat de risico's kunnen zijn en dat u daar naar handelt. U zult dus nooit vrij uitgaan als u zo'n genoemde vrijwaringsclausule in de contracten hebt opgenomen maar verzuimt iemand van het werk te sturen die op een gevaarlijke wijze zijn werkzaamheden uitvoert.

Disclaimer:
Hoewel de maker uiterste zorgvuldigheid heeft betracht bij het opstellen van deze tekst, aanvaardt deze of Eurlicon geen aansprakelijkheid voor schade, van welke aard dan ook, die het directe of indirecte gevolg is van de in deze publicatie vervatte informatie.
Het aansprakelijkheidsrecht is een dynamisch rechtsgebied, zodat de regels en richtlijnen die in deze tekst worden genoemd inmiddels kunnen zijn veranderd.

 

Dit artikel is tot stand gekomen met hulp van mr. Michael Gerrits; Advocaat bij De Gier & Stam Advocaten te Utrecht.