Veilig werken op hoogte
Bij het betreden van het dak zijn er verschillende gevaren aanwezig voor de personen die het dak betreden. De ARBO regelgeving is hier van kracht en de regels van deze wetgeving worden steeds strikter toegepast. Het niet kunnen voldoen aan deze regelgeving kan resulteren dat er geen onderhoud meer mag worden gepleegd aan het dak en de installaties op dit dak. Hoewel de ARBO wet bedoeld is om de relatie tussen werkgever en werknemer te regelen, heeft ook de eigenaar van het gebouw en de opdrachtgever van de werkzaamheden zijn verantwoordelijkheid. Zij zijn verantwoordelijk voor het aanleveren van een veilige werkplek. Deze verantwoordelijkheid is terug te vinden in het Burgerlijk wetboek en staat bekent onder de term “goed huisvaderschap”. Indien een in een wettelijk voorschrift neergelegde veiligheidseis niet is nageleefd, is er sprake van onrechtmatig handelen wegens doen of nalaten in strijd met de wettelijke plicht.

 

Gevolgen na een ongeval

Er zijn dus verschillende partijen verantwoordelijk voor het inrichten van een veilige werkplek. Bij een ongeval kan een belanghebbende (slachtoffer, nabestaande, gedupeerde) alle betrokken partijen aansprakelijk stellen (deapest pocket beginsel). In de praktijk zal een slachtoffer zich richten tot de meest draagkrachtige partij. Daarnaast kan door een dergelijke procedure het imago van de aangeklaagde partij worden aangetast.

 

Risico-inventarisatie en evaluatie

Van gebouweigenaren wordt verwacht dat zij een veilige werkplek aanbieden en daar de benodigde voorzieningen voor aanbrengen. Het aanbrengen gaat in de visie van Eurlicon in vier fases. Waarbij in fase 1 t/m 3 de eigenaar zelf de balans bepaald tussen kosten en gebruiksgemak. Hoe hoger het gebruiksgemak hoe groter de kans dat voorzieningen daadwerkelijk op de juiste wijze gebruikt worden, maar hoe hoger vaak de kosten zullen zijn.

De volgende fases zijn te onderscheiden:

Fase 1:  Inventarisatie van alle daken

Hierbij wordt een inventarisatie uitgevoerd om te bepalen welke daken hoog risico hebben en welke daken een laag risico hebben en daarom niet direct behoeven te worden ingericht (First things First).

Fase 2:  Opstellen van een risico-inventarisatie

Bepalen van de gevaren die aanwezig zijn en het inrichten van de daken met veiligheidsvoorzieningen zodat opdrachtnemers en het eigen personeel veilig op het dak kunnen werken en aansprakelijkheid van de eigenaar/beheerder van het gebouw voldoende is afgedekt.

Fase 3: Aanbesteden van de werkzaamheden

Opstellen van een aanbestedingsdocument, selecteren van de marktpartijen, begeleiding van het gunningsproces en de begeleiding van de realisatie. 

Fase 4:  Opzetten van een veilige werkmethodes

Verhogen van de kennis en bewustzijn van de eigen medewerkers. Waarbij het doel is om niet alleen de aangebrachte technische voorzieningen in de juiste conditie te houden, maar ook te borgen dat deze voorzieningen op een juiste wijze gebruikt worden door het eigen personeel en derden.